You are here

Limburgse gastarbeiders in Italië (15de-16de eeuw)

Description

In de 19de eeuw zijn duizenden Italianen in de Limburgse mijnen komen werken. Vijfhonderd jaar eerder was het omgekeerde. De geschiedenis herhaalt zich.

In de periode van de Renaissance was Italië het culturele middelpunt van de wereld. Ambachtslui van de hele wereld gingen hun geluk beproeven in Rome en in Florence onder hen veel Limburgers, zo leert ons een studie van J.E. Leunis. In Florence oefende het hof van de Medici grote aantrekkingskracht uit op schilders, beeldhouwers, muzikanten en ambachtslieden. De Limburgse emigranten trokken dan ook naar deze stad, waar zich de Vlamingen en Duitsers verenigden in het Sint-Barbarabroederschap der Teutonen. Deze vereniging werd enkele jaren voor 1450 opgericht en had een kapel en altaar in de kerk van de Heilige Boodschap of Santissima Annunziata. In 1471 telde de broederschap 94 leden waarvan 25 de herkomst onbekend was, 43 leden waren Vlamingen met 11 leden afkomstig uit Tongeren, 24 leden waren Duitsers, 1 Zwitser en 1 Hongaar. Ook waren er 5 Hasselaren lid, evenals 1 inwoner uit Peer en van Herk-de-Stad.

De meeste Limburgers in Italië waren tewerkgesteld in de textielsector, als wever, verver of lakenmaker. In 1518 protesteerden in Florence 218 wevers waarvan 45 buitenlanders inclusief 5 Tongenaren tegen het optreden van een concurrerende vereniging. Sommige van deze Limburgers waren: "Veritaliaanst". In 1515 huwde Jan Van Gheliweich, wiens vader een Hasselaar was, met een Italiaanse. Twintig jaar later moest hij voor een erfeniskwestie naar Hasselt komen. Hij was de taal van hier niet meer machtig en moest zich laten bijstaan door ex-collega's van zijn vader die wel naar hun geboortestad waren teruggekeerd.

Waarom trokken Limburgers naar Italië? Om geld te verdienen uiteraard, maar ook om zich op de hoogte te stellen van de nieuwe technologie in de textielindustrie. Vlamingen en Duitsers waren in Florence graag gezien voor hun werklust en hun mechanische vaardigheid. Textielarbeiders woonden meestal in hun eigen wijken, waar ieder over een eigen huisje beschikte dat zij inclusief de meubelen en het weefgetouw van hun patroon huurden. Vaak werd op afbetaling gewerkt, zodat de Limburgers gedwongen waren om in Italië te blijven. Andere Limburgers werkten er gewoon in loondienst.

Fiche

Datering: 

Multimedia

Recent toegevoegd

Adrien de Gerlache de Gomery (1866-1934) was de eerste die een wetenschappelijke expeditie naar...
Dit oorlogsmonument is opgedragen aan een kapitein en twee soldaten van de Amerikaanse 2nd Armored...
Van 2014 tot eind 2018 was Steven Vandeput minister van Defensie en Ambtenarenzaken in de federale...
Auteur: Mieke Strauven Grauwzuster Gertrudis van Schaffelen kwam in 1626 aan in Hasselt, met als doel...

Prinsbisdom Luik, 1659

Gebrandschilderd glas. Hasselt, Het Stadsmus, inv. nrs. 2014.0370 tot en met 2014.0377.

Maria-Helena Hubrechts was de zus van E.H. Jozef Hubrechts . Ze overleed samen met hem in de nacht van...
Eerwaarde Heer Jozef Hubrechts was pastoor van de Onze-Lieve-Vrouwbasiliek. Hij overleed samen met zijn...
Emiel Baptist werd geboren in 1895 in Godsheide als zoon van dienstknecht Andreas (Zonhoven 1847-Hasselt...
Auteur: Marc Jacobs Zie tekstpagina voor de uitgebreide beschrijving. Louis Berten werd geboren op 30...
1795-1824 : Etienne-François de Stenbier 1825-1867 : Charles-Philippe de Cecil 1868-1869 : Conrardus...