van Heinsberg Diederik - uit: Het graafschap Loon (11de-14de eeuw) (1969)

Description

pp. 141-146

C De Loonse successie-oorlogen en de inlijving bij Luik

I DE POLITIEK VAN DIEDERIK VAN HEINSBERG (1336-1361)

§ 1 De eerste Loonse successie-oorlog (1336-1346)

Lodewijk IV stierf zonder kinderen op 22 januari 1336. Zijn neef, Diederik van Heinsberg, een zoon van zijn zuster, werd door hem gekozen en voorbestemd voor zijn opvolging. Deze beslissing botste echter op verzet van het Sint-Lambertuskapittel, dat steunde op een beslissing van de rijksdag van Frankfurt (1246), volgens welke "alle lenen gehouden van een kerk naar deze laatste terugkeerden, wanneer de vazal kinderloos overleed". De steden verdedigden eveneens deze stelling, terwijl de adel zich beriep op een andere erfrechtelijke gewoonte, nl. dat zusters en hun zonen leengoederen erfden.

Welke oplossing zou de prinsbisschop voorstaan? Die van zijn kapittel betekende voor hem het verlies van een trouwe medewerker, die hij best gebruiken kon tegen zijn onderdanen. Lodewijk IV was hiervan een treffend voorbeeld geweest. Daarenboven was Diederik gehuwd met een zuster van bisschop Adolf. Op politieke en familiale gronden was de prinsbisschop de pretendent gunstig gezind. Het kapittel begreep dit maar al te goed. Daarom stelde het 4000 gulden ter beschikking om het graafschap te veroveren en vroeg het steun aan de paus van Avignon. De Duitse koning beleende echter Diederik met het graafschap. Paus Benedictus XII (1334-1342) zette de bisschop aan om het Loonse leen op te eisen. Daar Adolf zich beperkte tot de bezetting van Kolmont, waarschijnlijk in goede verstandhouding met zijn zwager, kreeg hij een nieuwe aanmaning op 22 juni 1337. Een tijd later werd Diederik verzocht de Luikse kerk in het bezit van het graafschap te laten tot een uitspraak plaats had.

De pretendent begreep, dat hij niets zou krijgen, als hij de kanunniken geen schrik inboezemde. Daarom wendde hij zich tot Luiks aartsvijand, Brabant. Met Jan III sloot hij op 19 december 1337 een verdrag voor wederzijdse hulpverlening. [...]

Het ziet er dus naar uit, dat Diederik na een jaar van moeilijkheden niet alleen het kapittel de rug toekeerde, maar ook de bisschop zelf. Wat zijn zwager hem niet kon geven, hoopte hij te verkrijgen door zich bij keizer Lodewijk IV van Beieren, de hertog van Brabant en de graven van Gelre en van Gulik te voegen in het Engelse kamp. In ruil voor militaire dienst met 200 ruiters ontving hij 30.000 gulden. [...] De een na de ander vonden zij voorwendsels om zich aan hun beloften te onttrekken en, na een korte expeditie op het einde van 1339 en het begin van 1340, stelden zij onderhandelingen voor. De graaf van Loon, die tijdens deze periode onder Brabants bevel had gestaan, kon weinig verwachten van een beschermer, die getoond had, hoe zwak hij was. In 1344 behoorde hij dan ook niet meer tot de Engelse partij. Hij vond daarentegen steun bij de aanhangers van Frankrijk, die geen moeiten hadden gespaard hem tot hun groep te betrekken. [...] Diederik van Heinsberg zou 34.000 realen krijgen en gedurende vijfentwintig jaar de kasselrij Montenaken in pand geven aan de prinsbisschop. Ofschoon deze transactie werd voorgesteld als een middel om Diederiks verbond met Brabant te verbreken, wezen de kanunniken het als boerenbedrog van de hand. De rechten van de 'usurpator' zouden immers erkend worden, terwijl de Luikse kerk geld zou investeren in een gebied, dat zij reeds bezat. [...] 
Het verzet van de kanunniken bleek echter keihard te zijn. Het hielp niets, dat de koning van Bohemen argumenteerde met "Ik vrees dat indien de heer van Heinsberg het graafschap Loon niet krijgt, hij een nieuw verbond met de hertog van Brabant zal aangaan". De voor Diederik gunstige uitspraak van de scheidsrechterlijke commissie, voorgezeten door de aartsbisschop van Keulen, deed hen evenmin kapituleren.
[...] De 'groten' stelden op de vergadering der Staten, gehouden op 15 mei 1343, opnieuw voor, om Diederik toch als opvolger te aanvaarden. het kapittel wilde niet, dat de graaf van Henegouwen en de heer van Beaumont, aangesteld om een beslissing te treffen in de twist tussen Adolf van der Marck en zijn onderdanen, zich bezig zouden houden met de Loonse erfenis. Dat probleem moest door de prinsbisschop zelf beslecht worden. De scheidsrechters stoorden zich echter niet aan deze beperking van hun bevoegdheid en verklaarden op 8 augustus 1343 dat de aanspraken van de Loonse kandidaat gerechtvaardigd waren. Daar Adolf plechtig verklaard had zich te onderwerpen aan de uitspraak van de scheidsrechter, bleef hem niets anders over dan de dwangmiddelen te gebruiken. Hij verzocht de paus de kerkelijke ban over de usurpator en zijn aanhangers uit te spreken. Nog geen twee maanden later, op 3 november 1343, stierf de bisschop.

Adolfs neef, Engelbert van der Marck, die als opvolger werd aangesteld, had als kannunik en proost op verzoening aangedrongen. Daar hij het hoofd moest bieden aan een liga van de steden, ontstaan na de dood van zijn voorganger, kon hij trouwens niet anders dan zich bij Diederik van Heinsberg en bij de hertog van Brabant aansluiten. Clemens VI vaardigde de abt van Saint-Nicaise te Reims af om als nieuwe scheidsrechter op te treden samen met vijf door het kapittel aangewezen commissieleden. Aan deze laatsten gaven de kanunniken duidelijk de wens te kennen, dat zij er voor te zorgen hadden "que le dict conteis de Looz ne parvenist au ducque de Braibant". Dat gebeurde op 11 juni 1346. Zeven dagen later deed Diederik manschap aan de nieuwe prinsbisschop en legde hij de eed af gaan bondgenootschap aan te gaan dat strijdig was met de belangen van de Luikse kerk. Na tien jaar strijd had hij het pleit gewonnen, dank zij twee gunstige factoren: enerzijds had hij de Brabantse steun gezocht, zodra dit nodig bleek en anderzijds kon hij behendig gebruik maken van de interne moeilijkehden, met welke de prinsbisschop had te kampen. Dit waren, met zijn verwantschap met de familie van der Marck, de redenen waarom de door Lodewijk IV aangewezen pretendent het haalde. [...]

Wat de bisschop betreft, deze kon rekenen op de steun van zijn nieuwe leenman. Hij boekte dank zij hem een volledige overwinning op de Luikenaren in 1347. Hetzelfde jaar hielp Engelbert trouwens de Loonse financiën er weer bovenop door tot de voorgenomen verpanding van de kasselrij Montenaken over te gaan; hij leende aan Diederik 15.000 kleine guldens en 11.200 realen, omdat de graaf het gebied had vrijgekocht van de hertog van Brabant.

Recent toegevoegd

Auteur: Tom Kenis Geparafraseerde Radio 2-getuigenis van militair William De Wilde en zijn echtgenote...
Auteur: Tom Kenis De familie Trippas verbleef in Belgisch Congo van 1954 tot en met de onafhankelijkheid...
Auteur: Tom Kenis Antoinette Fransen, de moeder van Moelly Henno, werd tijdens Wereldoorlog II...
Zoveel Hasselaren, zoveel linken met Congo. Om de meest uiteenlopende redenen trokken Hasselaren al...
Auteur: Tom Kenis Joseph (°Hasselt 04.07.1926) en Denise (°Hasselt 22.01.1927) leerden elkaar kennen als...
Auteur: Tom Kenis André Billen, geboren in 1927, studeerde economie. Hij slaagde voor het diplomatiek...
Auteur: Tom Kenis De in Hamont geboren Joseph (Jef) Verlaak, thans inwoner van Viversel maar gedurende...
Auteur: Toon Blux Hermanus, Petrus, Joseph Blux is de oudste zoon van Louis Bleux (1) uit Kuringen en...
Auteur: Tom Kenis Edgard Jamart werd geboren in een gehucht tussen Bergen en Luik, maar woont al 40 jaar...
Auteur: Hubert Bovens Marcellin Lagarde werd geboren te Sougné, Sprimont in de provincie Luik op 2...