Raskin Jozef - uit: De Urne met de Asch van Pater Raskin te Stevoort (1945)

Description

Terwijl de lawaaierige muziek van kermis en koers de ander zoo stille lijk was ik samen met Mevrouw A. Palmers van ter Laemen een laatsten liefdeblijk gaan betuigen aan het stoffelijk overschot van Pater Raskin.

Hartelijk was het onthaal in de nette woning van Dokter U. Cleeren, neef van onzen held. Hij bracht ons dadelijk in het fraai salon, waar op een tafeltje met een bloem, een foto en de driekleur, de urne staat. We legden onze karmijnroode roozen neer en bogen biddend. In de wijding van de levende herinnering hebben we toen samen opgehaald de heldendaden van dat rijkgevulde apostelleven.

Jos Raskin van Stevoort was seminarist in Scheut en 22 jaar oud als de eerste wereldoorlog uitbrak. Dadelijk nam hij dienst in het Belgisch Leger als Ziekenverpleger. Bij den aftocht voor Halen, werd hij gevangen genomen te Lummen en na den slag opgesloten in een cel onder het Stadhuis van Sint-Truiden. Vandaar overgebracht naar de Citadel van Luik, trachtte hij te ontkomen om het Leger aan den IJzer weer te vervoegen. Dit gelukte hem rond Kerstmis, en in bewogen omstandigheden maakte hij de reis tot Diksmuide over Nederland en Engeland.

In de Legerafdeeling van Generaal Jacques, zette hij naast P. Martial Lekeux, minderbroeder-kapitein, zijn loopbaan van spion in. Wat al avonturen die twee waaghalzen beleefd hebben, is ons pittig en luimig verteld geworden in «Mes Cloïtres dans la Tempête» van Lekeux. Vanuit een stukgeschoten kerktoren bespiedden ze den vijand, lichtten telefonisch hun Legeroverheid in omtrent de bewegingen van den vijand en brachtten de stafkaart in orde. Daar heeft Pater Raskin geleerd hoe hij moest kijken, scherp en geduldig, en hoe hij de nuttige aanmerkingen voor den Legerstaf op papier moest brengen: waar telefoon ontbrak of onderbroken werd, deden de duiven hun dienst.

Terug van het front, keerde Pater Raskin weer naar de warme atmosfeer van het scheutsche theologicum in de Vlamingenstraat te Leuven.

De Priesterwijding op 2 Februari 1920 bracht met al de vreugde en fierheid ook het sein van het vertrek naar China, Na een laatste omreis bij vrienden en kennissen, en een reeks gloedvolle bedelpreeken, vertrok hij naar de Missie van Mongolië. Wat al initiatieven getuigen van zijn vindingrijk dynamisme: waarlijk, Raskin, was de type van den Missionaris, die alle opdrachten, ook de moeilijkste tot een goed einde weet te brengen, een kerel die voor geen leger bandieten uit den weg gaat. Geboren muziekant, was hij ook een knap teekenaar, een fijn schilder, een kartograaf, een tooneelspeler, een redenaar, een schrijver, een bouwmeester en decorateur, een scheikundige, en vooral een vurig missionaris; naast zijn Vlaamsch, dat hij met veel zorg sprak, was hij 't Fransch heelemaal meester, ook in 't Engelsch en in 't Duitsch was hij thuis, en te Nan-hao-sjan wist hij zijn Chineesche humanisten met een eigen Chineesch zangrepertorium te vermaken.

Het harde leven in de onherbergzame mongoolsche steppen, trok in de wangen van Kan Sjen-foe, den ZOETEN priester, zooals hem de Chineesche christenen noemden, de diepe groeven die eigen zijn aan het soort menschen dat dikwijls de miserie in de oogen moest zien. Na 14 jaar missieleven werd Pater Raskin door zijn Oversten naar Europa geroepen om er de Natuurkundige vakken te doceeren te Scheut en tegelijk propaganda te maken voor de geteisterde China-missies. De scheiding van zijn geliefde Chineesche studenten viel hem hard. Ze zouden voor hem blijven bidden voor het prachtig hoofdaltaar van het Centraal Seminarie van Ta-toeng-foe, dat hij met zooveel liefde voor hen geteekend en uitgevoerd had.

België was juist in den rouw gedompeld bij den dood van Koning Albert, als Pater Raskin toekwam; van 1934 tot 1942 zou hij de enthousiaste betoovenaar zijn van de jonge mannen van Scheut. Dat enthousiasme grensde aan het ongelooflijke! hij verstond echt de kunst om zijn studenten te verbluffen en mee te trekken.

In 1940 was hij natuurlijk van de partij! ledereen weet hoe hij als aalmoezenier van den generalen Staf van ons Leger te Wijnendale aan de zijde stond van Koning Leopold en Admiraal Sir Roger Keyes

Ook na de overgave van 28 Mei bleef hij den Koning getrouw ter zijde staan. Hij verstond den Koning zooals "hij hem van dichtbij had leeren kennen: «en nu aan 't werk!» dat betekende: aan 't werk om België weer vrij te krijgen! hij wist wat de Koning daarmee bedoelde, en hij ging ook aan 't werk; gevaarlijk werk, verdoken en verduldig werk, dat in de late avonduren, heelemaal buiten de drukke dagtaak moest plaats hebben.

Hij leefde nu een dubbel leven. Hier heette hij Raskin, maar te Londen was het «Leopold Vindictive 200». Mijnheer Joy van Brugge verzamelde inlichtingen bij zijn wandelingen langs de kust; de Scheutverknochte familie de Baillie van Lichtervelde zorgde voor de verzending naar Londen, Pater Raskin teekende de plannen en seinde over. Verscheidene malen bedankte Londen den knappen teekenaar voor zijn juiste gegevens over de ligging en het uitzicht der strategische punten in België en Noord-Frankrijk. De gevangenneming van den spionagegroep de Hennin bracht den groep Raskin in moeilijke papieren. Toch besloten ze voort te werken.

In Mei 1942 was Pater Raskin te Scheut. Er was een Heer komen aanbellen die vroeg te mogen spreken met den Pater. Er was geen enkele reden die hem onraad deed vermoeden. Toen het onderhoud aan den gang was, kwamen verscheidene gestapo-mannen binnen. Buiten wachtte de auto. Een half uur later zat Pater Raskin in de gevangenis

Wat er verder met hem gebeurd is, kwam slechts sporadisch tot ons. In 't geheim wist hij nog enkele berichten van uit St Gillis naar Scheut te sturen. Zoo vond men nog "een kostbaar document voor Londen. Ja, al hadden de Duitschers een heelen boel van zijn papieren en herinneringen (waaronder een pistool uit China, dat natuurlijk als een doodzonde tegen het Dritte Rijk beschouwd werd) meegenomen, toch was op de schouw het kleine Lieve Vrouwe-beeldje blijven staan. Op aanwijzing van een bericht van den gevangene, vond men in dit beeldje een speld, waarrond een fijn reepje papier gewonden was; dit reepje meette 1,5 cm. op 9 meter, en was bedekt met microscopische teekeningen, die bij nader onderzoek een gedetailleerd plan van den Atlantikwal bleeken te zijn. Dit bericht kwam nog ter bestemming, maar op den roep van Londen: «Leopold Vindictive 200 antwoordt niet meer!» kwam geen antwoord.

Enkele weken geleden kwam te Scheut de Canadeesche Majoor Shepperd aan met het nieuws van den dood van onsen geliefden vriend. Op het kerkhof van Dortmund in Duitschland had hij de urne opgegraven, en het Volksgericht had hem de nog bewaarde gedenkenissen meegegeven.

De lijkurne is toegedekt met een metalen dekseltje, waarop we volgende tekst gelezen hebben:

FEUERSTATTUNG-DORTMUND,

NR. 710,

JOZEF RASKIN

geb. 21-6-92

gest. 18-10-J,3

Onder de voorwerpen welke Majoor Shepperd heeft meegebracht vermelden we zijn paternoster, zijn brevier, een zangboekje waarin hij gedichtjes schreef, o.m. een liedje over de China-missie, met afwisselend een Vlaamsch en een Fransch versje, op de wijze van «Le MadeIon»; een toog, een paar schoenen, een paar zokken en hemden die hij dikwijls hersteld heeft met de voering van zijn toog; ook overlijdingsakte en paspoort werden bezorgd, en enkele blaadjes uit zijn brevier gescheurd, waarin hij aan Z E P Remi Verhaeghe in het Chineesch een bericht schreef; ten slotte het eigenhandig opgestelde verdedigingspleidooi dat hij in het Duitsch vóór het Volksgericht heeft uitgesproken, en waarin hij de beschuldigingen op handige wijze tracht te minimaliseeren

Majoor Shepperd had den Aalmoezenier van de Duitsche gevangenis inlichtingen gevraagd over den dood van Pater Raskin, maar die kon zich niets over hem herinneren.

Het laatste woord over den «Zoeten Priester» die als dubbelganger een Staatsvijand Nr 1 van Hitler was, is nog lang niet gezegd! Maar op het oogenblik dat Stevoort zich gereed maakt om de assche van Pater Raskin in het graf van zijn ouders zaliger gedachtenis bij te zetten, moeten onze gedachten met dankbare en liefdevolle bewondering gaan naar dezen Paladijn van Waarheid Goedheid en Schoonheid. Die drie eigenschappen die hun hoogste werkelijkheid, vinden in de goddelijke Almacht en Volmaaktheid hebben zijn leven gevuld. Voor vele jongens en meisje van de droomende heide, de wijde maasvallei en het overbevruchte Haspengouw, moet het gloedvol blije apostelwerk van Kan sjen-foe een magnetische kracht blijven uitwerken die moge oplaaien en vlammen werpen tot over de oneindigheid der mongoolsche steppen.

Pater Raskin, den 4e October aanstaande zullen wij allen met onze jong-vurige gedachten en gevoelens te Stevoort zijn om een laatsten groet te brengen aan de lijkurne met uw stoffelijk overschot.

Albert Felix Verwilghen, missionaris van Scheut

Recent toegevoegd

Prinsbisdom Luik, 1659

Gebrandschilderd glas. Hasselt, Het Stadsmus, inv. nrs. 2014.0370 tot en met 2014.0377.

Maria-Helena Hubrechts was de zus van E.H. Jozef Hubrechts . Ze overleed samen met hem in de nacht van...
Eerwaarde Heer Jozef Hubrechts was pastoor van de Onze-Lieve-Vrouwbasiliek. Hij overleed samen met zijn...
Emiel Baptist werd geboren in 1895 in Godsheide als zoon van dienstknecht Andreas (Zonhoven 1847-Hasselt...
Auteur: Marc Jacobs Zie tekstpagina voor de uitgebreide beschrijving. Louis Berten werd geboren op 30...
1795-1824 : Etienne-François de Stenbier 1825-1867 : Charles-Philippe de Cecil 1868-1869 : Conrardus...
1830-1836 : Vandenborn, Hubert 1836-1864 : Stas, Paul 1865-1877 : Berden, Guillaume 1878-1884 : de Grady...
1830-1861 Gaspard Vandereijcken (Schulen 1798-?), brouwer-eigenaar 1861-1866 Pierre Jean Adons (Stevoort...
In 2013 werd beslist om de stads- en OCMW-diensten samen te gaan huisvesten in een nieuw...
Een stad besturen kan niet zonder ambtenaren: mensen die het beleid uitvoeren, die dagelijks zorgen dat...