Over Hasselaar Louis Berten, door Marc Jacobs

Description

Familie

Louis werd geboren op 30 januari 1903 als 3e kind van Joannes Berten (°Hasselt, 14/10/1852) en Philomena Vanstraelen (°Sint-Lambrechts-Herk, 30/09/1867). Zij hadden een boerderij De Witte Winning aan de Windmolenstraat 80 (de westelijke hoek met de Rederijkerstraat, stadszijde), die later heeft moeten plaats maken voor de verbreding van het kruispunt van de Ganzenstraat (nu Rederijkersstraat) en de Eendenstraat (nu Jongmansstraat).

Kindertijd en Eerste Wereldoorlog

Louis deed zijn Lager Onderwijs in de Gemeenteschool aan de Guffenslaan en groeide op in en rond de ouderlijke boerderij. Het waren harde tijden en Louis zag op weg naar school vaak in de vroege morgen begrafenisstoeten van kinderen in kleine lijkkisten. Met zijn oudere broer Victor (°Sint-Lambrechts-Herk, 21/07/1899) ging hij soms op jacht in de velden rond Hasselt.

Begin augustus 1914 stond hij als kind aan de Maastrichterpoort en zag hij een groep gewapende ruiters snel de stad inrijden. Even later klonken er schoten en kwamen de ruiters teruggereden, de stad uit en met één paard zonder ruiter. Het bleken Duitse Ulanen te zijn op verkenning. De van zijn paard geschoten ruiter kwam gewond en te voet de stad uit en verborg zich tussen bonenstaken in een tuin ter hoogte van de Theresiastraat. De Duitsers konden dit voorval niet waarderen en dreigden met kanonnen opgesteld aan de Luikersteenweg de stad in puin te schieten, als zou blijken dat de Ulanen beschoten waren door “Zivilisten”. De schoten kwamen echter van de Rijkswacht.

Louis had als kind een hond, een Duitse scheper, die hem al spelend een blijvend litteken op zijn linkerhand bezorgde. De hond werd opgeëist door het Belgisch Leger en werd door een gemobiliseerde buur voor het laatste gezien aan de Forten van Luik, waar hij een klein kanon voorttrok.

De Eerste Wereldoorlog was hard, want de Duitsers namen veel goederen in beslag, maar de familie overleefde. Althans tot het einde van de oorlog, toen tyfus en Spaanse Griep hard toesloegen. Moeder en broer Victor overleefden de epidemies niet. Zus Irma bleef ziek en overleed in 1929.

Landbouwer en sportman in de jaren twintig

Na de oorlog zette Louis met zijn vader en broers Henri en Arthur en zus Bertha de boerderij verder. Met hard werken konden zij een redelijk comfortabel bestaan opbouwen en deelnemen aan het maatschappelijk leven. Vader Joannes ging vaak piekfijn uitgedost mee als vaandeldrager van de vele processies in die tijd. Louis herinnerde zich dat hij in die tijd op zondag na de H.Mis in de Sint-Quintinus (toen nog geen kathedraal) in een café op de Vismarkt voor één “knepke” (koperen 5 cent) een glas Diesters Gildenbier kon drinken met een cigarillo erbij. Dan was het zakgeld weer op.

Als kwajongen was Louis destijds, zoals velen, al op 11 jaar beginnen te roken (gedroogde bietenbladeren) en hij werd en bleef een grote liefhebber van pijp en sigaar.

Louis maakte zich verdienstelijk als voetballer bij HVV en in de atletiek, maar zijn grote passie was afstandslopen. Zelf na het zware werk op de boerderij vond hij ’s avonds nog de energie om 10 à 15 km te gaan lopen. Hij won zoveel loopwedstrijden en medailles dat er op een keer zelfs een fanfare in de Windmolenstraat voor de boerderij kwam spelen, te zijner ere.

Een van de vele prijzen die hij won in loopwedstrijden, was een mooi scheermes, tot grote hilariteit van familie en vrienden, omdat Louis zijn baard pas laat begon te groeien.

In 1927 nam hij deel aan de loopwedstrijd “Aelst-Gent – De Marathon der Vlaenders”,  waarna het Sportblad van Nieuw Limburg op 27/07/27 een uitgebreid artikel op zijn voorpagina zetten met de titel “L. Berten van H.V.V heeft zicht dapper onderscheiden”.

Louis werd zo bekend, dat het 11e Linieregiment hem een job aanbod als onderofficier uitsluitend voor sport en training, maar dat zag hij niet echt zitten in verband met de boerderij.
Ook bracht hij veel tijd door met zijn petekind Lou Massin, zoon van zijn zus Bertha, die zeer jong weduwe werd.

Politieman en huisvader in de jaren dertig

Bij  het overlijden van zijn vader in 1932 en door de onteigening van de boerderij voor de heraanleg van de Windmolenstraat, toen een voetweg, besloten Louis en zijn broers en zussen de landbouwactiviteit stop te zetten en ieder zijns weegs te gaan. Zij bleven echter allen in Hasselt en hielden contact.

Louis ging in op een vacature van politieagent en begon zo aan zijn nieuwe loopbaan. Hij moest niet alleen patrouilleren maar nam ook zeer actief deel aan zwaardere onderzoeken zoals de undercoveroperatie in de afpersingszaak van de weduwe Cox aan de Bampslaan, waarbij hij zelfs een schot loste bij de achtervolging en arrestatie van de misdadiger op de Passerel aan het station. Schriftelijke felicitaties vanwege de Onderzoeksrechter Kellens volgden.

Bij het onderzoek van een verdacht overlijden aan de toenmalige sluis van Kuringen ontmoette hij dan zijn toekomstige echtgenote, Pauline Quintens, dochter van de sluiswachter. Zij huwden in december 1934 en kregen samen twee dochters en een zoon. Ze bouwden een huis aan de Windmolenstraat nr. 78, waarbij de muur van de koer het enige overblijfsel was van de ouderlijke boerderij en bleven daar wonen tot 1976.

De Tweede Wereldoorlog

Bij de Duitse inval op 10 mei 1940 kregen alle politieagenten het bevel de stad te verlaten en het Belgische Leger te volgen naar het Westen. Het gerucht liep immers dat de Duitsers alle wapendragers zouden executeren. Louis vertrok met een zwaar gemoed op de fiets en moest zijn 7 dagen (!) oude dochter Denise bij haar moeder en zus achterlaten. Tijdens de 18-daagse veldtocht bereikt hij de Ijzer. Na de capitulatie van het Belgisch Leger trok hij verder naar Duinkerken en was daar getuige van de grote Duitse luchtaanvallen met duikbommenwerpers op het Engelse expeditieleger. Louis kon ontkomen uit Duinkerken en fietste verder naar het zuiden, met de Duitsers op de hielen. Uiteindelijk belandde hij in het dorp Mauvezin, waar hij als politieman de opvang van Belgische vluchtelingen hielp organiseren. Via het Rode Kruis kon er gedurende enkele maanden schaarse brieven met Hasselt uitgewisseld worden. In de herfst van 1940 kon Louis dan terugkeren naar zijn gezin in Hasselt, waar hij tot zijn grote vreugde zag dat de kleine Denise nog in leven was. In de brieven naar huis had hij niet durven vragen hoe zij het stelde, overtuigd dat zij het oorlogsgeweld en de vlucht niet overleefd had.

De bezetting was in velerlei opzicht een moeilijke periode. Niet alleen was er aan alles schaarste, maar als politieagent moest Louis zich neutraal houden. Geen gemakkelijke opgave in een stad waar het wemelde van de Duitsers, die vaak voor klusjes de stadspolitie lieten opdraven, zoals de berging van het lichaam van in een Kiewit neergestorte piloot.

Onder het huis aan de Windmolenstraat werd een schuilkelder gemaakt, met een nooduitgang aan de zijkant. Het gezin bracht er vele nachten door wanneer de Engelse bommenwerpers overvlogen.

In 1944, tijdens de bezetting, werd bij een caféruzie in een lokaal met een onwelvoeglijke naam aan de Kempische Steenweg, een fanatieke Belgische vaderlander doodgeschoten door een Nederlandse SS-er. Deze mocht destijds omwille van zijn statuut niet gearresteerd worden. Louis beloofde dat hij hem na de oorlog zou opsporen. De moordenaar werd na de oorlog aangehouden en in 1946 berecht en op een vroege ochtend met officiële getuigen geëxecuteerd op het schietveld van de Rijkswacht aan de Luikersteenweg.

In 1944 waren er ook de Amerikaanse Paasbombardementen op het station van Hasselt, waarbij de Windmolenstraat gespaard bleef, en in september de intocht van de Amerikaanse soldaten, die gretig de verse tomaten in ontvangst namen en de 4-jarige Denise op de schouders door heel de straat meedroegen. Hondje Molly sneuvelde echter onder een Amerikaanse jeep.

Hoofdinspecteur van de Hasseltse politie

Na de oorlog werd Louis beloond voor zijn voorbeeldige staat van dienst en benoemd tot Inspecteur van Politie. Hij kreeg het bevel over een eigen “Brigade” en het toezicht over een deel van het grondgebied van Hasselt. Het was de tijd dat politiemannen moesten leren rijden met jeeps en schieten met machinepistolen. Gedurende de eerste jaren focuste hij op patrouilleren in Runkst en Rapertingen. Nadien leidde hij zijn eenheid vanuit de “Wacht” in de kelderverdieping van het Stadhuis en bracht hij meer tijd door met administratie en op de rechtbank. Louis was bekend voor zijn beknopte en nauwkeurige verslagen. Jonge advocaten kwamen hem soms om raad vragen. Ook was hij verantwoordelijk voor de markten, waar iedereen hem kende als “Inspecteur Berden” (sic). In 1957 werd hij nog eens bevorderd tot Hoofdinspecteur en in 1964 ging hij met pensioen.

Pensioen en grootvader

Louis bleef na zijn pensioen actief als opzichter van de tennisterreinen in Bokrijk en toerde rond in zijn pas aangekochte witte Fiat 1100. Ook was hij een begaafde knutselaar en houtbewerker, wat hij in de radiouitzending “Te Bed of niet te Bed” met Jos Ghysen ooit beschreef als “knoemelen”.

Het plotse overlijden van zijn petekind Lou in 1963 was een harde slag voor Louis en zijn zus Bertha, en ook voor heel de familie.

Veel van zijn vrije tijd besteedde Louis aan zijn groententuin op een stuk grond van de Kerkfabriek aan de Windmolenstraat, dat grotendeels uitgebaat werd door de bloemist en Schepen Phlix. Bij de aardappeloogst kwamen de kleinkinderen hun “Bon” vaak helpen, met versgebakken wafels als beloning.

Op marktdagen (dinsdag en vrijdag) ging Louis na zijn pensionering graag wandelen door de stad, tijdens de schoolvakanties steevast vergezeld van zijn oudste kleinzoon. Louis ontmoette dan zijn vele Hasseltse vrienden van vroeger bij de koffie, zoals Albert Geurts, Louis Christiaens, verzetsheld Mathieu “Clark Gable” Nulens en Jan Vanwijck, gepensioneerde directeur bij de Provincie. Vaak werd er ook een borrel geschonken. De kleinzoon, te jong voor jenever, leerde alzo Gancia appreciëren.

Louis’ laatste wandelingen gingen vaak naar het Rozenparkje aan Cultureel Centrum of naar de leeshoek met de kranten, binnen in het CCH.

Louis Berten overleed op 19 april 1986 in het Virga Jese ziekenhuis, na een korte ziekte. Bij zijn begrafenis zat de Onze-Lieve-Vrouwkerk aan de Kapelstraat overvol. Vele mensen die zich hem herinnerden of nog steeds dankbaar waren voor de hulp die ze van hem gekregen hadden.

Anekdotes

In de maanden na de bevrijding was er één en al optimisme en de Amerikaanse soldaten hadden in Hasselt een vrolijk uitgangsleven. Louis en zijn collega’s besloten een grap uit te halen toen een groepje aangeschoten Amerikanen hen om “a car” en “a house with women” vroegen, met duidelijke gebaren over hoe die “women” er wel moesten uitzien. Ze gaven de soldaten een (houten) kar en verwezen hen naar de Dekenij, waar de bejaarde huishoudster kwam opendoen.

In 1953 kreeg Louis’ toekomstige schoonzoon in de officierenschool van Doornik de volgende opmerking van een bevelvoerend officier, afkomstig uit Kuringen : “Ah, zijt gij van Hasselt ? Dan kent gij zeker Louis Berten!”

Toen dochter Denise vele jaren na het overlijden van Louis bij gelegenheid appeltjes kocht op de markt bij een oude man, nochtans geen bekende, zei deze : “die appelkes had uwe Pa ook het liefst”.

Recent toegevoegd

Auteur: Mieke Strauven Grauwzuster Gertrudis van Schaffelen kwam in 1626 aan in Hasselt, met als doel...

Prinsbisdom Luik, 1659

Gebrandschilderd glas. Hasselt, Het Stadsmus, inv. nrs. 2014.0370 tot en met 2014.0377.

Maria-Helena Hubrechts was de zus van E.H. Jozef Hubrechts . Ze overleed samen met hem in de nacht van...
Eerwaarde Heer Jozef Hubrechts was pastoor van de Onze-Lieve-Vrouwbasiliek. Hij overleed samen met zijn...
Emiel Baptist werd geboren in 1895 in Godsheide als zoon van dienstknecht Andreas (Zonhoven 1847-Hasselt...
Auteur: Marc Jacobs Zie tekstpagina voor de uitgebreide beschrijving. Louis Berten werd geboren op 30...
1795-1824 : Etienne-François de Stenbier 1825-1867 : Charles-Philippe de Cecil 1868-1869 : Conrardus...
1830-1836 : Vandenborn, Hubert 1836-1864 : Stas, Paul 1865-1877 : Berden, Guillaume 1878-1884 : de Grady...
1830-1861 Gaspard Vandereijcken (Schulen 1798-?), brouwer-eigenaar 1861-1866 Pierre Jean Adons (Stevoort...
In 2013 werd beslist om de stads- en OCMW-diensten samen te gaan huisvesten in een nieuw...