Guffens Godfried - uit: Hasselt intra muros (1989)

Description

pp. 116-117

Die Trauwe

(...)

Een biografische uitweiding over de schilder Guffens is hier ongetwijfeld op haar plaats. Egidius-Godefridus Guffens was de zoon van Andreas (22 jaar), te Hasselt geboren en als bakker woonachtig in Die Trauwe, en van Dorothea Meeuwis (21 jaar), afkomstig uit Kuringen, geboren op 22 juli 1823 en overleden te Schaarbeek (aan het Lehonplein) op 11 juli 1901. De talentvolle schilder stond aangeschreven als een man van onberispelijk gedrag en een verdienstelijk burger. Herman Riegel, erudiet kenner van de geschiedenis van de muurschilderingen in België, schrijft over hem: Guffens evenals Swerts en Leys stellen een bewusten nationalen opstand der Vlaamsche natuur en overlevering daar tegen de heerschappij der Waalsch-Fransche school; zij putteden aan germaansche, oud-nederlandsche en nieuw-duitsche bronnen en ontzegden den Franschen invloed alle werking. De kunstcriticus Max Rooses schreef in 1890 in de Vlaamsche School: 'Guffens en Swerts kozen het algemeen schoone, het veredelende nam bij hen den voorgrond in, de wanklanken zijn tot zwijgen gebracht of werden dissonanten, die de bekoorlijkheid der algemeene harmonie verhoogden. Zij streefden er naar om de kleure een zekere ofschoon bescheidene rol in hunne muurschilderingen te laten spelen, maar in den grond bleven ze noodzakelijk teekenaars (...) Onder de godsdienstige werken zijn de muurschilderingen der Sint-Joriskerk van Antwerpen de voornaamste'.

Guffens bracht zijn jeugd door te Hasselt en volgde er in de Halle de lessen van tekenleraar Doigny. In de grote kunststad Antwerpen bezocht hij daarna het atelier van Nicasius De Keyser. Hij ontmoette er een vriend voor het leven, Jan Swerts. Samen kregen zij van de staat de opdracht de Handelskamer van Antwerpen met enkele muurschilderingen te verieren. (Deze werken werden bij de brand van de Beurs in 1858 vernield.) Guffens creëerde eveneens de veertien taferelen van de kruisweg in de kapel van de jezuïeten te Antwerpen. Ook was hij de schepper van de muurschilderingen in het kerkkoor van Lanaken; een lokale kunstenaar, Rosier uit Lanaken, penseelde de stemmige kruisweg. In samenwerking met Swerts schilderde hij 24 panelen in de Onze-Lieve-Vrouwekerk van Sint-Niklaas, drie panelen in de schepenzaal van Ieper, zeven prachtige taferelen in de gotische zaal van het stadhuis te Kortrijk, het leven van Jezus in de Sint-Joriskerk te Antwerpen, het koor in de kasteelkapel van lord Well Blondell in Engeland, de kapel van de kostschool te Sint-Niklaas, het koor van de Sint-Jozefskerk te Leuven, acht panelen over het leven van de H. Barbara in de Sint-Barbarakapel te Leuven en reuzengrote schilderingen in de grote zaal van het hotel van baron de Werve de Schilde aan de Kipdorpstraat te Antwerpen.

De decoratie van de doopvont in de Sint-Quintinuskathedraal te Hasselt is het persoonlijke werk van Guffens. In de Sint-Joriskerk te Antwerpen ontwierp hij verder het tafereel van de Calvarieberg, de bestraffing van Adam en Eva, het doopsel van Christus, de aanbidding van de joden, naast een achttal heiligenfiguren. Onze dynamische kunstenaar leverde eveneens enkele doeken met historische onderwerpen. Dartoe behoren een portret van Mantelius (Schepenzaal, stadhuis Hasselt); een Terugkeer van het H. Graf (Museum van Praag); Rouget de l'Isle, de Marseillaise zingende (museum van Philadelphia); Galileï in de gevangenis der inquisitie (1841); de Graaf van Loon, aan de gemeente Hasselt der stadsprivilegiën schenkende (1846, Trouwzaal, stadhuis Hasselt); Arabier en zijn vrouw (Koninklijk Paleis van Würtemberg). Verder schilderde hij een tiental godsdienstige taferelen, studies en gebnretaferelen. Hij maakte ook 67 portretten, waaronder een zelfportret (museum, Antwerpen), dat van Ulysses Claes van Herkenrode, ridder Willem de Corswarem, graaf en gravin Emile de 't Serclaes, de Limburgse gouverneur, J.-J. Thonissen, ridder de Menten de Horne uit Sint-Truiden, ridder Adriaan de Corswarem en zijn echtgenote, volksvertegenwoordiger Julliot uit Tongeren, voorzitter van de Limburgse provincieraad Jaminé en van Victor Gielissen uit Hasselt en zijn vrouw Maria-Anna Aussen (1888). In de kathedraal van Hasselt hangen zijn doek van de H. Paulus en de veertien staties van de kruisweg, die tot zijn debuutwerken behoren, net zoals de kruisweg in de Sint-Michielskerk te Leuven, waarvan de helft door Vinck werd geschilderd.

Niet alleen als tekenaar en schilder staat Guffens hoog aangeschreven; ook zijn geschriften genoten bekendheid. In de jaarboeken van de Belgische Academie publiceerde hij een aantal letterkundige bijdragen over de schone kunsten en hij schreef ook talloze recensies van tentoonstellingen. Verder bestaan er artistieke verhandelingen van zijn hand, waaronder: Souvenir d'un voyage artistique en Allemagne (1857), Rapport à Monsieur le Ministre de l'Intérieur sur l'Exposition historique de Munich (1858), Rapport sur l'Exposition triënnale des Beaux-Arts de Bruxelles de 1866 en Lettres sur l'Ilde de Capri - Lettres sur Naples (1887).

Het ontbrak Guffens aan steun noch eerbewijzen. De stad Hasselt verleende hem gedurende 3 jaar een jaarlijkse toelage van 180 F om zijn studie bij De Keyser te voltooien (10.10.1838); zij honoreerde verder zijn tafereel van 'Galileï in de gevangenis der Inquisitie' met een bedrag van 200 F en schonk hem op 27 november 1847 een som van 300 F om in Parijs zijn studie te voltooien. Guffens werd bestuurslid van de Kunstacademie te Antwerpen, van het Koninklijk Museum voor Schilder- en Beeldhouwkunst, van de Koninklijke Academie van België, lid van het Institut de France en van de Koninklijke Sint-Lucasacademie van Rome, erelid van de Academies van Beieren, Saksen, Londen en Amsterdam, commandeur in de Leopoldsorde en ridder in een tiental buitenlandse orden.

Op zestigjarige leeftijd verbleef hij ter wille van zijn wankele gezondheid herhaaldelijk in het zonnige Italië. Hij kopieerde er een dertigtal fresco's, waarvan Georges Lafenestre in zijn werk over de Italiaanse schilders schrijft: Uit die fresco's stralen de verhevenste werken van hun verstand, maar de tand des tijds knaagt er onophoudend aan en het nageslacht zal die grote muurschilderingen moeten derven. Guffens verrichtte derhalve een uitstekend werk door genoemde werken aan de eventuele vergetelheid te onttrekken.

In de zitting van 5 juni 1900 handelde het Leesgezelschap van Hasselt over het noemen ener openbare plaats van Hasselt naar den naam van Godfried Guffens. Het stadsbestuur herdacht een van zijn meest illustere kinderen door de laan tussen de Luikerpoort en de Maastrichterpoort naar hem te noemen. Tot het aanbrengen van een gedenksteen met passend opschrift in de voorgevel van zijn geboortehuis is het evenwel nooit gekomen.

Recent toegevoegd

Van 2014 tot eind 2018 was Steven Vandeput minister van Defensie en Ambtenarenzaken in de federale...
Auteur: Mieke Strauven Grauwzuster Gertrudis van Schaffelen kwam in 1626 aan in Hasselt, met als doel...

Prinsbisdom Luik, 1659

Gebrandschilderd glas. Hasselt, Het Stadsmus, inv. nrs. 2014.0370 tot en met 2014.0377.

Maria-Helena Hubrechts was de zus van E.H. Jozef Hubrechts . Ze overleed samen met hem in de nacht van...
Eerwaarde Heer Jozef Hubrechts was pastoor van de Onze-Lieve-Vrouwbasiliek. Hij overleed samen met zijn...
Emiel Baptist werd geboren in 1895 in Godsheide als zoon van dienstknecht Andreas (Zonhoven 1847-Hasselt...
Auteur: Marc Jacobs Zie tekstpagina voor de uitgebreide beschrijving. Louis Berten werd geboren op 30...
1795-1824 : Etienne-François de Stenbier 1825-1867 : Charles-Philippe de Cecil 1868-1869 : Conrardus...
1830-1836 : Vandenborn, Hubert 1836-1864 : Stas, Paul 1865-1877 : Berden, Guillaume 1878-1884 : de Grady...
1830-1861 Gaspard Vandereijcken (Schulen 1798-?), brouwer-eigenaar 1861-1866 Pierre Jean Adons (Stevoort...