de Gerlache Adrien - uit: Koninklijk Atheneum Gedenkboek (1950)

Description

pp. 218-227

Adrien de Gerlache de Gomery
1866-1934

Adrien de Gerlache werd op 2 augustus 1866 te Hasselt geboren. Zijn vader, Théophile de Gerlache, was luitenant-kolonel van het regiment der 'Groene Jagers' dat toen te Hasselt in garnizoen lag. De familie de Gerlache bewoonde een kleine omtuinde villa op de Guffenslaan. Adrien bezocht het Atheneum van 1872 tot 1882 en kreeg er een grondige letterkundige en wetenschappelijke vorming. In 1882, op zestienjarige leeftijd, slaagde hij in het toelatingsexamen aan de Polytechnische school te Brussel, waar hij twee jaar later het diploma van candidaat-ingenieur behaalde. Van zijn prilste jeugd af voelde Adrien de Gerlache zich tot de zee aangetrokken; hij las met voorliefde reis- en avonturenverhalen en liet geen gelegenheid voorbijgaan om in de vacantie de vissers onzer kust op zee te vergezellen. Op dat ogenblik was de Belgische handelsvloot nog onbeduidend en er bestond noch schoolschip, noch opleidingscentrum om de jongelui voor de zeevaart te vormen. de Gerlache verkoos dan ook de kortste weg om zijn doel te bereiken en liet zich in 1884, op 18 jarige leeftijd aanmonsteren als matroos op de Belgische schepen, die in de Noordzee tot aan de kusten van Schotland en Noorwegen, als bewakers onzer vissersvloot kruisten. Daarna werd hij achtereenvolgens matroos op een Engelse en een Noorse driemaster en op een Belgisch stoomschip, waarmede hij de Zuid-Atlantische Oceaan, de Middellandse en de Zwarte Zee doorkruiste. In 1889 vinden we de Gerlache terug als officier van de Holland-Amerika Line op verscheidene reizen naar Noord- en Zuid-Amerika. Een jaar nadien wordt hij luitenant-ter-zee in de Belgische marine op de lijn Oostende-Dover. Doch onze vierentwingjarige luitenant was er de man niet naar om 'n rustige hiërarchische loopbaan door te maken aan boord van regelmatige overzetboten die, langs een standvastige baan, van Oostende naar Dover vaarden. Dikwijls had hij tot zijn spijt in vreemde havens moeten vaststellen hoe weinig de Belgische vlag en zijn Vaderland er gekend waren, en zo ontstond bij hem de gedachte met een Belgisch schip, onder Belgische driekleur een expeditie te ondernemen, die deze vlag zou bekend maken.

De jongste aardrijkskundige congressen hadden het belang der Zuidpoolgebieden aangetoond voor de physische geografie (weerkunde, glaciologie, aardmagnetisme, oceanografie, geologie en biologie) en zo vatte de Gerlache het vermetele plan op deze nog grotendeels onbekende gebieden te gaan onderzoeken. Nuchter en bedaard van aard, besefte hij ten volle de moeilijkheden van zulke expeditie. Hoe, in een land met een onbeduidende marine, een land onwetend in- en onverschillig voor zeeaangelegenheden, hoe daar een schip aanwerven, gewapend om de ijszee te doorkruisen? Hoe er de bemanning en de nodige wetenschappelijk staf bijeenbrengen?
Door zijn ingeboren voornaamheid, zijn overtuigend woord, zijn eenvoud en wilskracht slaagde de Gerlache er in de 'Société Royale Belge de Géographie' en de 'Koninklijke Academie van België' voor zijn plan te winnen. Gedurende drie volle jaren, van 1894 tot 1897, geholpen en gesteund door de twee voornoemde organismen, voert hij een intense propaganda om de nodige geestdrift te wekken en de geldmiddelen voor zijn Zuidpoolexpeditie te verzamelen. de Gerlache raamde de onkosten van zijn tocht op fr. 300.000 en hij slaagde er in fr. 374.579 bijeen te brengen. Ondertussen doet hij 'n oefenreis in de zee van Groenland om zich met de bijzondere moeilijkheden van een ijszeevaart vertrouwd te maken.

Op 2 Juli koopt hij de Noorse walvisjager Patria, die hij in de zee van Groenland in werking gezien had en waarvan hij de bijzondere hoedanigheden had kunnen waarderen. Hij herdoopt het schip en gaf het de naam Belgica. Het was 30 m. lang en 6,50 m. breed, uiterst stevig gebouwd en van een scherpe voorsteven voorzien nodig om het ijs te doorklieven.
Daarna gaat hij over tot het aanmonsteren der bemanning en het verzamelen van geleerden voor zijn wetenschappelijke staf; hij bekomt de medewerking van een artillerieofficier-sterrenkundige Georges Lecointe, van twee natuurkundigen, Henryck Arctowski en Emile Danco, van een bioloog Emile Racovitza, van een dokter Frederik Cook en van de Noorse luitenant-ter-zee Roald Amundsen, die in 1911 het eerst de Zuidpool zou bereiken.

16 augustus 1897 is voor gans België een heuglijke datum: op deze heerlijke zomerdag liep de Belgica, onder het bevel van onze eenvoudige Hasselaar Adrien de Gerlache de Gomery, de Antwerpse haven uit onder het spelen van een ontroerende 'Brabançonne' en onder toejuichingen van meer dan honderdduizend toeschouwers, terwijl een ganse vloot bevlagde jachten het schip uitgeleide deed. Voor de Gerlache was het vertrek uit Antwerpen een ware overwinning op al de moeilijkheden, die hij bij het voorbereiden der expeditie gekend had. Hij vertolkt deze gemoedstoestand wanneer hij schrijft: "Ce matin-là, je ne faisais que partir, et mon état d'esprit était celui d'un homme qui vient d'atteindre son but. J'avais un bon navire sous mes pieds, de vaillants compagnons autour de moi, et devant moi la mer. Il ne me restait plus qu'à naviger sur les flots connus d'abord, sur les flots inconnus ensuite. Et celà, c'était mon métier".

De Belgica deed Funchal op het Madeira eiland aan en op 6 October vierde de voor een pooltocht uitgeruste bemanning, onder de brandende zonnestralen, het overschrijden van de evenaar. Een heerlijke ontvangst viel de Belgische Zuidpoolexpeditie te beurt in de haven van Rio de Janeiro; zij deed Montevideo aan en ten slotte Punta Arenas in de Straat van Magellaan.
Het laatste bewoonde oord dat de Belgica zag, was de St-Johnsbaai in de Staten Eilanden, door Argentijnse bannelingen bewoond.

Op 14 januari, zes maand na het vertrek uit Antwerpen, verliet de Belgica de bewoonde wereld en stevende vol vertrouwen naar het geheimzinnige Zuiden.
Oorspronkelijk had de Gerlache het plan opgevat eerst de zee van Weddel te onderzoeken, dan Victorialand te bereiken, er te ontschepen en er met zijn wetenschappelijke staf te overwinteren, terwijl de Belgica zich naar Melbourne zou begeven om een nieuwe voorraad levensmiddelen op te doen; doch zijn uiteindelijk doel was wetenschappelijke opzoekingen te doen telkens als de gelegenheid zich zou voordoen. Langs de Zuidelijke Shetlandeilanden voer de Belgica door de Bransfieldstraat naar de landen van Graham en Alexander I.
De expeditie ontdekte op die weg een reeks grote eilanden, waaraan ze de namen 'Luik', 'Brabant', 'Gent' en 'Antwerpen' gaf. Een prachtige zeeëngte tussen de antarctische kust en deze reeks eilanden werd als Belgica-straat op de kaart aangebracht en zou later 'de Gerlache-straat' genoemd worden als huldeblijk aan de moedige kommandant die ze ontdekte.

Het land is overdekt met een 'ijskap' (inlandsis) die langzaam naar de zee afglijdt en waarvan de afgebroken stukken ijsbergen vormen. De wetenschappelijk staf is in volle bedrijvigheid; voortdurend worden lengte en breedte bepaald, dieptepeilingen gedaan en temperatuur en vochtigheid opgenomen; waar het kan wordt er geland en, waar de 'ijskap' onderbroken is, worden geologische monsters, planten en dieren verzameld.

Op 15 Februari 1898 bereikt de Belgica de Zuidpoolcirkel en stevent steeds zuidwaarts, doch de vaart wordt van dag tot dag moeilijker door de talrijke ijsschollen, die de zee bedekken. Op 10 Maart, met 71° Z.B. wordt alle beweging onmogelijk: de Belgica is vastgevrozen! Op 26 maart wordt alle hoop op vrijkomen opgegeven, de vuurhaarden der Belgica worden gedempt en alle voorzieningen voor de overwintering getroffen. Lang en eentonig zijn de maanden van de Zuidpoolwinter en een buitengewone dosis moed en vertrouwen zijn er nodig om aan ziekte en moedeloosheid weerstand te bieden. Gelukkig was de verstandhouding onder de bamanning uitstekend en het vertrouwen in de kunde en de dapperheid van de bevelhebber grenzeloos. Daar het ijs, waarin de Belgica vastgevrozen was, afdreef, konden gedurende gans de Winter de wetenschappelijke waarnemingen voortgezet worden. De thermometer daalde dikwijls tot - 40° C.
In de maand November kwam er een kentering en kreeg de bemanning de onvergetelijke groet der middernachtzon. Einde December komt er hoop op verlossing, op een afstand van 600 m. ontwaart de Gerlache de blauwe schijn van open water. Alles moet nu in het werk gesteld worden om de Belgica uit het ijs te bevrijden om geen tweede overwintering met weinig kans op overleven te moeten doorstaan. Met de hardnekkigheid, die de strijd tegen de dood kenmerkt, zet de bemanning zich aan het werk: het vuur wordt aangestoken op de Belgica en de stoomketel onder druk gebracht. De kommandant, de wetenschappelijke staf en de bemanning beginnen een kanaal in 't ijs uit te zagen in de richting van de open zee. Uitputtend is de arbeid doch elke meter brengt hen korter bij de bevrijding.
Langzaam volgt het schip om eindelijk op 14 Maart, na 380 dagen gevangenschap, de vrijheid terug te vinden. Het was tijd, want een nieuwe Winter begon.

De Belgica had tijdens haar lange gevangenschap, zonder te varen meer dan 2400 Km. afgelegd dank zij het afdrijven van het ijs. Nu stevent de Belgica met vernieuwde moed naar het Noorden en bereikt, na de hevigste stormen getrotseerd te hebben en op het punt geweest te zijn tegen de rotsen verbrijzeld te worden, op 28 Maart 1899 Punta Arenas dat zij op 14 December 1897 verlaten had! Punta Arenas bezat toen nog geen telegraaf maar de Gerlache vertrouwde de tekst van twee telegrammen toe aan de Kapitein van een Duits schip, dat juist naar Montevideo vertrok. Op 4 April 1899 ontving vader de Gerlache het laconisch telegram: "Belgica, Adrien" en enkele uren nadien kreeg de Société Royale Belge de Géographie een telegram met een bondig relaas over de expeditie. Na dringende herstellingen in de haven van Punta Arenas, voer de Belgica naar Rio de la Plata en Buenos Aires om dan de Atlantische Oceaan over te steken en op 30 October Boulogne te bereiken.

Op 5 november 1899 liep de met roem beladen Belgica de haven van Antwerpen binnen, waar de kommandant, de staf en de manschappen in triomf ontvangen werden.

De Zuidpoolexpeditie van de Belgica onder het bevel van kommandant de Gerlache leverde de rijkste resultaten op. De bemanning van de Belgica was de eerste die in het Zuidpoolgebied overwinterde en zij verschafte tal van kostbare inlichtingen aan degenen, die na haar het Zuidpoolgebied zouden bezoeken. De Belgica-expeditie ontdekte en karteerde een belangrijke zone van het Zuidpoolgebied.

Wat de natuurhistorische wetenschappen betreft, was de oogst uiterst vruchtbaar: 1200 verschillende diersoorten en 500 plantensoorten werden verzameld en de resultaten van weerkundige opnamen om het uur over de volledige cyclus van een jaar genoteerd. Een commissie van geleerden werd speciaal aangesteld om dit wetenschappelijke materiaal te bestuderen en niet minder dan tien lijvige boekdelen werden er over uitgegeven, handelend over aardrijkskunde, stereenkunde, aardphysica, weerkunde, oceanografie, geologie, botaniek, dierkunde, physiologie, anthropologie en ethnografie.
Het resultaat dat niet officieel aangetekend werd en dat voor de Gerlache als zoon en kleinzoon van een Belgisch officier, niet het minst belangrijke moet geweest zijn, is de roem, die de Belgica voor de Vaderlandse vlag verworven had! de Gerlache schreef in een kleurrijke stijl het boeiend reisverhaal over zijn zuidpoolvaart onder de titel: "Quinze mois dans l'Antarctique", werk door de Academie Française bekroond.

De roemrijke en vruchtbare tocht, die kommandant de Gerlache met kunde en dapperheid in de zuidelijke ijsvelden geleid had, ware ruimschoots voldoende geweest voor een zeemansloopbaan, doch de slechts 33 jarige noeste werker en organisator smeedde weldra nieuwe plannen. In de eerste helft van 1901 deed hij een studietocht met de Antwerpse stoomjacht Selika in de Perzische Golf. Ditmaal ging het er om opzoekingen te doen over de pareloesters, die een bijzonderheid van die zee zijn. Met de medewerking van twee Franse natuarlisten Jules Bonnier en Charles Perez verzamelde hij een rijke oogst pareloesters en andere dier- en plantsoorten, die in het 'Museum d'Histoire Naturelle' te Parijs bestudeerd en bewaard werden.

Van Juni tot September 1905 ondernam Adrien de Gerlache met de Belgica, in opdracht van de Hertog van Orléans, een nieuwe studietocht in de zee van Groenland d.w.z. tussen dat eiland en Spitzbergen. Hij was o.m. vergezeld door de Noorse bioloog Einar Koefoed. Dit gedeelte der Noordelijke IJszee heeft een bijzonder belang voor de hydrografie, de meteorologie en de biologie, omdat in die zee een polaire zeestroom een wisselwerking tussen koude en warme wateren verwekt. De Belgica bereikt 80° 20' N.B. Twee nieuwe eilanden worden ontdekt en gekarteerd; talrijke vaststellingen werden gedaan in verband met de aard van de zeebodem en die van de Noord-Oostkust van Groenland. Op biologisch en meteorologisch gebied was het resultaat der campagne even vruchtbaar.

Immer aangetrokken door de IJszee en vertrouwend op zijn duurbare Belgica onderneemt de Gerlache van Juni tot September 1907 een nieuwe tocht in de zeeën van Barentz en Kara ten Noorden van Rusland. Ditmaal heeft hij het groot genoegen op wetenschappelijk gebied bijgestaan te worden door een stadsgenoot en evenals hij oudleerling van het Hasselts Atheneum, Louis Stappers, doctor in de biologie. De Belgica stevent door de zeeëngte, die de twee eilanden van Novaya-Zemlya van elkaar scheidt, bereikt na een zeer beroerde tocht het Noordelijkste punt van Novaya-Zemlya op 78° N.B. en komt beladen met een rijke oogst dieren en planten, door Stappers verzameld, naar België terug.

En tenslotte, nogmaals tussen Juni en September, bezoekt de Gerlache in 1909 met zijn Belgica Groenland, Spitzbergen en de Frans-Jozef Archipel. Hij bereikt 80° N.B., doet meer dan 300 dieptepeilingen, wat hem toelaat een bathymetrische kaart van de zee van Groenland te tekenen. De Franse naturalist Recamier, die hem vergezelde, zamelde een rijke biologische oogst in.

Al deze moeilijke taken bewezen het ongeëvenaarde meesterschap dat de Gerlache bezat in de IJszeevaart.

Gedreven door de liefde voor zijn land en voor de zee was Adrien de Gerlache een uitnemende en onvermoeibare propagandist voor het Belgisch zeewezen; hij was de mening toegedaan dat een land als België met zulk een industrie, zo'n rijke kolonie en zo'n prachtige haven als Antwerpen ook een belangrijke handelsvloot moest bezitten om eigen producten onder eigen vlag te vervoeren. Het was voor hem een zware slag, toen op 19 April 1906 het Belgisch schoolschip 'Graaf de Smet de Nayer' in de Golf van Gascogne verging en er een groot aantal cadetten omkwam. Als directeur-generaal van het zeewezen was zijn eerste bekommernis een nieuw, modern schoolschip op stapel te zetten en vatte hij zelfs het plan op voorlopig zijn roemvolle Belgica met dit doel ter beschikking van de Belgische Staat te stellen. Slechts in 1933 mocht Commandant de Gerlache de vreugde smaken het nieuwe schoolschip 'Mercator', dat volgens zijn gegevens in de werven van Leith (Schotland) gebouwd was, zelf naar Oostende te voeren.

Tijdens de eerste fase van de wereldoorlog 1914-1918 organiseerde Commandant de Gerlache de evacuatie over zee van Engelse en Belgische troepen en vluchtelingen.

Later werd hij de grote propagandist der Belgische zaak in de Scandinavische landen, waar hij veel betrekkingen onderhield en een groot prestige genoot. Door woord en schrift, oefende hij er een belangrijke invloed uit op de openbare opinie

Bij het overlijden van Koning Albert werd Adrien de Gerlache als buitengewoon ambassadeur belast met de zending dit afsterven en de troonopvolging door Koning Leopold II aan Koning Haakon VII van Noorwegen aan te kondigen. Bij zijn terugkeer uit Noorwegen deed Commandant de Gerlache een ziekte op die hij, niettegenstaande zijn wilskracht en de goede zorgen waarmee hij omringd werd, niet meer te boven zou komen. Hij stierf op 4 December 1934.

Koning Albert had aan Adrien de Gerlache in 1924, voor de uitstekende diensten die hij aan zijn land bewezen had, de titel van Baron verleend; de Universiteit te Leuven had hem tot doctor honoris causa erkend; hij was lid van talrijke binnen- en buitenlandse wetenschappelijke genootschappen en drager van allerlei Belgische en vreemde, hoge, eervolle onderscheidingen.

Een destroyer van de huidige Belgische oorlogsvloot werd 'Adrien de Gerlache' gedoopt en herinnert onze jonge zeesoldaten aan de held van het Zuidpoolgebied en de pionier van onze zeemacht.

Op zijn graf mocht men zeggen: "Cette noble figure vient de s'effacer doucement, d'achever de s'effacer. Elle gardera dans l'histoire de la science et dans celle des conquêtes de l'énergie humaine un relief puissant".

Commandant de Gerlache was uiterst bescheiden, onbaatzuchtig, dapper en wilskrachtig; Hasselt mag er trots op zijn de bakermat van deze held te zijn en het Koninklijk Atheneum mag met recht de eer opeisen hem een aanzienlijk deel van zijn morele wetenschappelijke en letterkundige vorming gegeven te hebben.

Dr. B. Van de Poel

Recent toegevoegd

Adrien de Gerlache de Gomery (1866-1934) was de eerste die een wetenschappelijke expeditie naar...
Dit oorlogsmonument is opgedragen aan een kapitein en twee soldaten van de Amerikaanse 2nd Armored...
Van 2014 tot eind 2018 was Steven Vandeput minister van Defensie en Ambtenarenzaken in de federale...
Auteur: Mieke Strauven Grauwzuster Gertrudis van Schaffelen kwam in 1626 aan in Hasselt, met als doel...

Prinsbisdom Luik, 1659

Gebrandschilderd glas. Hasselt, Het Stadsmus, inv. nrs. 2014.0370 tot en met 2014.0377.

Maria-Helena Hubrechts was de zus van E.H. Jozef Hubrechts . Ze overleed samen met hem in de nacht van...
Eerwaarde Heer Jozef Hubrechts was pastoor van de Onze-Lieve-Vrouwbasiliek. Hij overleed samen met zijn...
Emiel Baptist werd geboren in 1895 in Godsheide als zoon van dienstknecht Andreas (Zonhoven 1847-Hasselt...
Auteur: Marc Jacobs Zie tekstpagina voor de uitgebreide beschrijving. Louis Berten werd geboren op 30...
1795-1824 : Etienne-François de Stenbier 1825-1867 : Charles-Philippe de Cecil 1868-1869 : Conrardus...