Caritas Hasselt - uit: Hasselt heeft unieke muziekschool / Wieg van de Limburgse School voor Muziek voor Jeugd- en Volksmuziek stond in een kapperssalon (1981)

Description

De Limburgse School voor Jeugd- en Volksmuziek heeft een kwart eeuw geschiedenis achter de rug. Een instelling die een biezondere uitstraling kende tot buiten onze provinciegrenzen. Dat verwondert niet als men weet dat aan de basis van deze school twee mensen staan die zich biezonder verdienstelijk hebben gemaakt, niet alleen op het vlak van het muziekonderwijs, maar ook op sociaal vlak.

 

We bedoelen hier E.H. Paesmans, stichter van de instelling, en de h. Jules Papy, reeds een kwart eeuw lang de direkteur van de school. Bij gelegenheid van dit zilveren jubileum werden vorige week bestuur en lerarenkorps door het stadsbestuur ontvangen. Een grootse viering volgt op 20 februari in het Kultureel Centrum van Hasselt. We meenden dat het passend is bij deze gelegenheid even de geschiedenis te maken van dit instituut omdat het uniek is in zijn soort.

Wat velen misschien niet weten is het feit dat de Limburgse School voor Jeugd- en Volksmuziek ontsproten is uit de Caritasbeweging. Een beweging die in 1917 door enkele jonge Antwerpse idealisten werd opgericht met als doel: levenssoberheid, eenvoud, evangelische onthechting en dienende naastenliefde. Zij beoefenden volledige onthouding van alkohol en tabak. Als vervangende ontspanning kozen zij o.a. het lied, musiceren op volksinstrumenten en volksdans.

De Caritasbeweging kreeg ruime weerklank en rond de jaren dertig waren er in het Vlaamse land zo'n 100 afdelingen verspreid. Te Hasselt bestond ook een bloeiende Caritas-afdeling voor jongens en meisjes. Professor Paesmans, 25 jaar nationaal proost van Caritas, wilde ook in Hasselt met muzieklessen starten. Hij kocht een piano en men begon te musiceren op zijn gezellige, rommelige kamer in het St.-Jozefskollege. Men zong er meerstemmige liederen en onder leiding van Jos De Greeve speelde men er banjo en blokfluit.

De kamer van de professor werd vlug te klein en men week uit naar de Caritas-zaal. de afgedankte Campinadanszaal aan de Badderijstraat. Daar werd door de Caritas-leden te samen met de kinderen van de geredde alkoholisten in het salon van coiffeur Jelle geturnd, toneel gespeeld en ook gemusiceerd.

In deze nederige Caritas-zaal werden verenigingen geboren die later vaste waarden werden zoals de turnkring "Sta Paraat", het Hasselts A-Cappellakoor en ook de Limburgse School voor Jeugd- en Volksmuziek. Jos De Greeve, die later direkteur werd van de muziekakademies van Genk en Diest en leraar van het Koninklijk Conservatorium van Antwerpen, stak het Caritaskenteken op en startte met het geven van banjolessen. Jan Van Welkenhuyzen en Fernand Van Eyck gaven blokfluitlessen en Mimi Roels trachtte de kinderen de begrippen van notenleer bij te brengen. Van overal uit de provincie kwamen leerlingen om muziekles te volgen. Uit deze “voorhistorische" periode van de muziekschool blijft er nog één leraar over nl. Georges Defraine. Hij speelde aanvankelijk mee met de samenspelgroep en volgde in I945 Jos De Greeve op als banjoleraar. Jos De Greeve werd dat jaar direkteur van de akademie te Genk. Na de oorlog groeide deze school uit tot een geheel van 120 leerlingen.

1955: DE START MET VIER

Wegens uitbreiding van het aantal leerlingen besloot professor Paesmans dit los geheel, dat nu reeds in het Volkstehuis aan de kanaalkom was gevestigd, te struktureren en het een uitzicht te geven van een school.

Op zoek naar de nodige mensen die hem wilden helpen trok hij per motor naar Eisden om aan gitaarleraar Renier Janssen te vragen of hij les wilde geven in zijn school.

De h. Jules Papy, sekretaris van de Limburgse Muziekfederatie, nam de taak als direkteur aan, en te samen met professor Paesmans, sekretaris, en de leden Jos De Greeve en Renier Janssen vormde hij een bestuur dat de school door de eerste jaren moest loodsen. Het eerste schooljaar kon starten met volgende afdelingen; notenleer: drie afdelingen en 21 leerlingen; banjo en mandoline: drie afdelingen en 37 leerlingen; blokfluit: drie afdelingen en 34 leerlingen; akkordeon: 16 leerlingen. Op aanraden van de direkteur verdween na dit eerste jaar de kursus banjo. De mandoline had een veel mooiere klank.

PEDAGOGISCHE AANPAK

De vijftiger jaren waren de jaren van strijd om deze school bestaansmogelijkheden te geven en om deze te vergroten. Vanaf de eerste dag zouden professor Paesmans en direkteur Papy de school financieel en pedagogisch leefbaar maken. Subsidieaanvragen werden gericht aan het ministerie, de bestendige deputatie van de provincie Limburg en de Hasseltse gemeenteraad. Een vraag om de school volledig onder het toezicht van het provinciebestuur te plaatsen werd negatief beantwoord. Ook mocht de school de naam «provinciale school» niet dragen.

Na dit negatief antwoord werd gekozen voor "Limburgse School voor Jeugd- en Volksmuziek". Dank zij de steun van de Caritatieve Volkswerken en de liefdadigheid van enkele betrokkenen werd de school ieder jaar uit de rode cijfers gehaaid en werd er pedagogisch goed werk geleverd. Het doel dat de eerste bestuursleden nastreefden was de kinderen vanaf zeven jaar al spelend muziek te leren, muziek die later in de huiskring, de jeugdbeweging, het zangkoor, kon gebruikt worden.

Om een vaste leidraad doorheen de ganse school te krijgen, ontwierp de h. Papy een leerplan, een dokument dat voor die tijd vooruitstrevend kon genoemd worden.

EEN MOEILIJKE TIJD

Op pedagogisch gebied kreeg de school het niettemin moeilijk. Ontslagen en vervangen van leerkrachten volgden elkaar op met de regelmaat van een klok. De direkteur sprong met al zijn entoesiasme bij. Hij gaf notenleer, gitaar, blokfluit en akkordeon. Gedurende een hele tijd leidde hij zelfs het akkordeonorkest. Dit had voor gevolg dat de rode cijfers uit de boekhouding verdwenen, want de direkteur werkte gratis. Ondanks de stabilisatie van het aantal leerlingen (ongeveer 250) en een tekort aan leerkrachten, dacht men eraan uit te breiden met wijkscholen en zou men in de toekomst gaan samenwerken met het Lemmensinstituut van Leuven. Het schoolbestuur hoopte op die manier een aantal goede muziekleerkrachten aan te trekken, die naast hun muzikale kennis en kunde ook de nodige pedagogische achtergrond hadden.

SCHOOLJAAR 1969-'70: EEN NIEUWE START

Met de oprichting van de wijkscholen Kuringen-Centrum, Kuringen-Tuilt, Kuringen-Schimpen, Stokrooie en Kermt kreeg de muziekschool een ander uitzicht. Het belang van het hoofdgebouw verminderde en de wijkscholen vormden de brede basis. Aanvankelijk was er alleen notenleer, blokfluit en melodica in de wijkscholen, de instrumentenafdelingen bleven in het hoofdgebouw. Het leerlingenaantal steeg het eerste schooljaar tot 383. Het volgend schooljaar werd het sukses van dit initiatief bevestigd en was het leerlingenaantal gegroeid tot 486. Dat betekende in twee jaar een verdubbeling van het aantal leerlingen. Kort erna volgden afdelingen van de school te Alken en St.-Lambrechts-Herk. Terwijl de melodica verdween, kwam er buiten de uitbreiding van het aantal wijkscholen in het hoofdgebouw een nieuwe groep bij. Er werd een Orffgroep opgericht. En vanaf 1956-'57 begon de h. Frans Dirken te werken met zijn Orff-metode. Het harde werk van de eerste leerkrachten leverde vlug resultaten op. De verschillende orkesten en samenspeelgroepen boekten mooie uitslagen op de muziekfestivals te Neerpelt.

Na vijf jaar noeste arbeid werd de struktuur van de school de volgende:

De Jeugdmuziekschool: algemene muziekleer voor kinderen van 7 tot 10 met Orffïnstrumenten. Er waren drie leergangen en een samenzanggroep .Er waren 93 leerlingen.

De Volksmuziekschool: met o.m. notenleer: 58 leerlingen (twee studiejaren); gitaar: 32 leerlingen; blokfluit: 64 leerlingen; mandoline en mandola: 44 leerlingen; akkordeon: 20 leerlingen; samenspel: het tokkelorkest, de akkordeonclub, het blokfluitensemble.

Als bekroning van deze beginperiode kwam op 2 december 1963 het optreden voor de televisie van de drie schoolensembles. Het volgende jaar was er een nieuw optreden voor de Vlaamse Televisie.

De tweede helft van de jaren zestig waren de moeilijke jaren voor de muziekschool. Het streven naar eventueel kosteloos onderwijs, in navolging van de officiële muziekscholen, werd mogelijk dank zij de toegekende toelagen. In het schooljaar 1972-'73 besloot het gemeentebestuur van Kermt zelfstandig te gaan werken. Enige tijd later zou ook de afdeling Stokrooie samensmelten met Kuringen-Tuilt en verdween de afdeling Schimpen. Met de uitbreiding van de afdelingen in Alken, nl. Terkoest en St.-Joris, in I974-'75, en in 1977-’78 met de afdeling in Stevoort, bereikte men de maximale uitbreiding. Tijdens het schooljaar I980-‘81 was het leerlingenaantal gegroeid tot 650, het aantal leerkrachten bedroeg 25.

Dat deze uitbouw van de school belangrijk was zou vlug blijken door de vraag naar instrumentenleer in de wijkscholen.

St.-Lambrechts-Herk zou de eerste wijkschool zijn waar een volwaardige instrumentenafdeling kwam. Het sukses van deze afdeling leidde tot de oprichting van de afdeling Stevoort. De wijkscholen werden ook aangetast door de samenspel-mikrobe. St.-Lambrechts-Herk startte opnieuw als eerste en boekte de eerste resultaten op het muziekfestival te Neerpelt in 1979.

In het hoofdgebouw bleef men niet stilzitten in de jaren zeventig. Het tokkelorkest bleef verder werken op de wijze waarmee men heel wat mooie resultaten had geboekt. Het akkordeon-orkest kreeg met het aantrekken van een nieuwe leerkracht, een nieuwe start en uit het blokfluitensemble zou langzamerhand, eind der zeventiger jaren, de groep “Fluturas” ontstaan.

De vier groepen boekten allen mooie resultaten op het muziekfestival, op de muziekwedstrijden van de L.M.F, en wedstrijden te Arendonk, Everberg en Nossegem. De groepen traden ook meer naar buiten.

DE TOEKOMST

Eind 1979 werd een nieuw bestuur opgericht. Professor Paesmans en direkteur Papy hadden de kaap van de 80 bereikt. Nieuwe krachten werden aangesproken om deze school, die zij hadden opgericht en opgebouwd, verder te leiden en uit te bouwen. Dit nieuwe bestuur nam onmiddellijk initiatieven. Het eerste was het oprichten van een vioolklas. Na een aanloopperiode van drie maanden startte deze kursus officieel op één september 1980. De akkordeonafdeling breidde zich uit.

Begonnen uit een kleine gemeenschap en uitgegroeid tot een der grootste jeugd- en volksmuziekscholen van Vlaanderen, zal de Limburgse School voor Jeugd- en Volksmuziek ook in de toekomst werken aan het doel dat ze vanaf de eerste dag van haar bestaan tot op heden heeft nagestreefd. In de toekomst zal er gedacht worden aan het eigentijds blijven van de verschillende kursussen, zowel op het pedagogisch vlak als inhoudelijk, het oprichten van nieuwe afdelingen, het inrichten van nieuwe kursussen (zoals bv. basgitaar vanaf september 1981) en het nastreven van een gezonde, aktieve muziekbeleving door middel van het groepsmusiceren, het streven naar het smaken van wat men noemt “huismuziek” en “speelmuziek” zonder zich op professioneel terrein te wagen.

Een school zonder problemen zou geen school zijn. Met zijn 650 leerlingen rijzen de problemen van huisvesting en didaktisch materiaal. Van de andere kant mag de school zeker niet beschouwd worden als een konkurrent van het stedelijk muziekkonservatorium. De opleiding kan en mag zelfs aangezien worden als voorbereiding of als aanvulling van de klassieke konservatoriumstudie.

De school beoogt geen solistische vorming maar wel het gezamenlijk groepsmusiceren doorheen de volksmuziek.

Wanneer iedere Hasseltse muziekschool zijn hoofddoel blijft nastreven zal men op deze wijze de muzikale ervaring bij de jeugd stimuleren en op een hoger niveau brengen.

VIERING IN KC

Na de ontvangst vorige week door het stadsbestuur zal het zilveren jubileum van de Limburgse School voor Jeugd- en Volksmuziek feestelijk gevierd worden op 20 februari e.k. in de grote schouwburg va n het K.C. te Hasselt. Het programma vermeldt o.m. een optreden van de leerlingen elementaire muziekleer o.l.v. Regina Gilissen. het tokkelorkest o.l.v. Georges Defraine, de akkordeonklub o.l.v. Guido Tournelle, de Orff-groep o.l.v. Guy Stultjens en Fluturas o.l.v. Ludo Claesen.

Als gastkoor treedt op het Sint-Maartenkoor uit Stevoort o.l.v. Ludo Claesen, als gastspreker de h. Paul Schollaert, professor aan het Lemmensinstituut van Leuven. Een historisch overzicht wordt gegeven door Guido Tournelle.

Er werd ook een brochure uitgegeven. Deze is te bestellen door storting van 40 fr. (…) met vermelding 25 jaar L.S.J.V.


"E.H. Paesmans (links) en zijn trouwe vriend de h. Jules Papy." (uit: Hasselt heeft unieke muziekschool / Wieg van de Limburgse School voor Muziek voor Jeugd- en Volksmuziek stond in een kapperssalon, 1981)Twee pioniers

Twee mensen die in de groei en bloei van de Limburgse School voor Jeugd- en Volksmuziek een enorme rol hebben gespeeld en zich op een speciale wijze hebben ingezet zijn E.H. Paesmans en de h. Jules Papy.

E.H. Paesmans stichtte in 1935 vanuit de Caritas-afdeling Hasselt de muziekschool die in 1955 officieel de L S.J.V. werd. Van 1928 tot 1966 was hij leraar aan het St.-Jozefskollege te Hasselt In 1930 werd hij proost van Caritas voor het Vlaamse land, in 1932 bezieler van Broederhulp te Hasselt (vriendenkring van geheelonthouders). Ondanks zij 80 jaren is hij nog altijd even dynamisch.

Direkteur Papy studeerde aan het Conservatorium van Luik. Van 1930 tot 1950 was hij leider van het O.L. Vrouw koor te Tongeren, van 1941 tot 1950 direkteur van de Muziekschool Concordia te Tongeren, van 1944 tot 1954 direkteur van de Kon. harmonie Concordia, van 1950 tot 1973 sekretaris van de Limburgse Muziekfederatie (thans ere-voorzitter). Tijdens diezelfde periode was hij ondervoorzitter van het Muziekverbond van België. In 1972 en 1973 was hij interim voorzitter van het Belgisch Muziekverbond en vanaf 1955 direkteur van de Limburgse School voor Jeugd- en Volksmuziek.


Recent toegevoegd

Emiel Baptist werd geboren in 1895 in Godsheide als zoon van dienstknecht Andreas (Zonhoven 1847-Hasselt...
Auteur: Marc Jacobs Zie tekstpagina voor de uitgebreide beschrijving. Louis Berten werd geboren op 30...
1795-1824 : Etienne-François de Stenbier 1825-1867 : Charles-Philippe de Cecil 1868-1869 : Conrardus...
1830-1836 : Vandenborn, Hubert 1836-1864 : Stas, Paul 1865-1877 : Berden, Guillaume 1878-1884 : de Grady...
1830-1861 Gaspard Vandereijcken (Schulen 1798-?), brouwer-eigenaar 1861-1866 Pierre Jean Adons (Stevoort...
In 2013 werd beslist om de stads- en OCMW-diensten samen te gaan huisvesten in een nieuw...
Een stad besturen kan niet zonder ambtenaren: mensen die het beleid uitvoeren, die dagelijks zorgen dat...
Nadja Vananroye was van 2012 tot 2016 OCMW-voorzitter en schepen van welzijn, gezin en senioren. Sinds...
Het perk op het Oud Kerkhof , aangelegd tussen 1929 en 1931, kwam er ter ere van de gesneuvelden van de...
In zijn familiegeschiedenis over de familie Cools, uitgegeven in samenwerking met lic. Roger Janssen in...